Start
Een woordje uitleg
Edelsteen van de maand/In de kijker
Verklarende woordenlijst
Werkgroep Edelsteenkunde/Contactadressen
Januari 2012
Kwarts:
Si
O
2
Oorsprong en naamgeving
De edelsteen van deze maand, kwarts, is een van de meest voorkomende edelstenen, als het al niet de meest voorkomende edelsteen is.
In een eerste bijdrage in januari 2011 heBben we reeds blauwe kwarts nader behandeld. Nu gaan we dieper in op de hele kwartsfamilie. Kwarts komt in alle mogelijke kleuren en vormen voor. Hier zullen we de meest voorkomende kleuren en variëteiten behandelen.
Soorten
Eigenschappen
De voornaamste eigenschappen kan je vinden door
hier
te klikken.
Eigenschappen
eigenschap
waarde
detail
Hardheid
7 (ijkingmineraal voor de schaal van Mohs)
Streepkleur
wit
Kleur
blauw
(blauwe kwarts
*
),
groen,
zwart
(rookkwarts
*
),
geel
(citrien
*
),
roze
(roze kwarts
*
),
wit
(melkkwarts
*
),
paars
(amethist
*
),
kleurloos
(bergkristal
*
) en nog vele andere kleuren...
Transparantie
doorzichtig tot ondoorzichtig
Glans
glasglans
Splijting
onduidelijk,zwak
Breuk
oneven,schelpvormig
Dispersie
0.0091 (zwak)
Breekbaarheid
breekbaar
Soortelijk gewicht
2.660
Kristalstelsel
trigonaal
>> >
prismatisch, piramidaal
Breking
optisch eenassig positief
>> >
n
α
1.544
n
β
1.553
kritische hoek (n
α
)
kritische hoek (n
β
)
reflectiviteit (n
β
)
reflectiviteit (n
γ
)
dubbelbreking
0.009
Pleiochroïsme
*
geen tot zwak (rookkwarts, amethist en citrien)
Fluorescentie
*
geen, kan wel fluoresceren door de aanwezigheid van onzuiverheden
Triboluminiscentie
*
soms
Andere Eigenschappen
>> >
Radioactiviteit
geen, als zuiver
Smeltpunt
1705°C
Kookpunt
2477°C
Magnetisme
zwak diamagnetisch*
, (-0.62)
Insluitsels
frequent en verscheiden
Pyroelectriciteit
*
uitgesproken
Piëzoelectriciteit
*
sterk
Kent U bijkomende eigenschappen, of heeft U opmerkingen over de bestaande, mail ons dan
hier
.
Oorsprong en naamgeving
De naam van de edelsteen van deze maand, kwarts, komt ofwel van het Duits Quersch, dwerg of van het slavisch tvurdu, hard. Bergkristal, de doorzichtige variëteit was bij de Romeinen gekend onder de naam crystallus. Men dacht toen ook dat er een verwantschap was tussen ijs en kwarts.
Het woord quartz zelf zou voor het eerst gebruikt zijn door Georgius Agricola
*
.
Twee grote groepen, vele variëteiten
Kwarts is het tweede meest voorkomende mineraal in de aardkorst. Het kan in verschillende kleuren en vormen voorkomen, maar er zijn twee soorten groepen verschijningsvormen: kristallijn en cryptokristallijn
*
. Bij de kristallijne kwartsen zijn de kristallen duidelijk te zien. Sommige kunnen zelf groter zijn dan een meter en verscheidene tonnen zwaar. De cryptokristallijne soorten hebben meestal een compacte massa.
De meeste kristallijne variëteiten en verschillende cryptokristallijne worden onder de edelstenen gerekend. Bij de cryptokristallijne soorten zijn er ook soorten die niet kristallijn voorkomen. vinden we onder andere: chalcedoon
*
, agaat
*
, onyx
*
, sard
*
en sardonyx
*
jaspis
*
tijgeroog
*
en carneool
*
.
Ook wat betreft kleur kan er een onderscheid gemaakt worden bij kwarts. En er zijn wat betreft kleur onder andere de volgende soorten: bergkristal
*
, amethist
*
, roze kwarts
*
, rookkwarts
*
, citrien
*
, melkkwarts
*
, waarvan sommige al duizenden jaren gekend zijn en gebruikt worden in sierraden. Een aparte cathegorie onder de kwartsen zijn de niet-kristallijne, amorfe kwartsen waarvan opaal
*
en obsidiaan
*
wel de belangrijkste zijn.
Zeer speciale kristallisaties en kristallisatievormen
Kwarts kristalliseert gewoonlijk in het trigonaal systeem met een kristallisatie die heel specifiek is. Meestal komt het voor in hexagonale prisma's met een rhombohedrische pyramide bovenaan en soms langs twee uiteinden. Deze laatste specimina noemt men ook herkimer diamanten
*
naar de plaats waar ze origineel gevonden zijn en nog frequent voorkomen. Er worden ook herkimers in gekleurd kwarts gevonden.
Kwarts is ook enantiomorf
*
; er komen links- en rechtsdraaiende kristallen voor die elkaars spiegelbeeld zijn.
Kwarts heeft ook zeer dikwijls insluitsels frequent ook zijn er andere mineralen ingesloten zoals rutiel
*
en toermalijn
*
Er zijn ook polymorfe variëteiten van kwarts. Naast het gewone tetragonale kwarts zijn er nog coesiet, een monocliniene vorm; cristobaliet,een tetragonale; β-cristobaliet,kubisch; keatiet, een tetragonale variëteit die zelfs nog niet in de natuur is teruggevonden; β-kwarts, hexagonaal; stishoviet,tetragonaal, tridymiet, een monocliniene vorm en β-tridymiet, met een hexagonale kristallisatie
Imitaties,vervalsingen en behandelingen
Blauwe kwarts
De blauwe kleur van kwarts komt door verontreinigingen door de mineralen magnesioriebeckite en aëriniet, of door ilmeniet. Of door de Raleigh-verstrooiing, een effect veroorzaakt doorkleine insluitsels. Blauwe kwarts wordt maar in kleine stukken en zelden gevonden. Het zou door de
polariscoop
*
,
kunnen onderscheiden worden van blauwe chalcedoon. Blauwe kwarts is eerder zeldzaam. Het wordt onder andere gevonden in Antequera, in de provincie Málaga in
Spanje
. Een andere soort gekend als 'llanite' wordt gevonden in LLano, Texas
Verenigde Staten
. Deze soort blauwe kwarts heeft de vorm van β-kwarts behouden.
Bergkristal
Zuiver kwarts is kleurloos en doorzichtig. In de natuur komt het voor als zeszijdige prisma's met zeskantige piramiden aan de uiteinden. Dikwijls komt het ook voor in half uitgekristalliseerde massa's. Naast de voorkomens in de Alpen zijn ook de kristallen van Arkansas en Oklahoma in de
Verenigde Staten
wereldbekend.
Amethist
Amethist is een van de meest bekende en meest voorkomende variëteiten van kwarts. Het is purper of violet gekleurd. De naam betekent niet dronken in het Grieks, omdat men zei dat het de drager voor dronkenheid behoedde. Dit komt omdat vroeger wijn in amethisten bekers werd geschonken en dan kleurloos (zoals water) leek. Meestal is de kleur van Amethist ook niet egaal verdeeld. De kleur wordt veroorzaakt door radioactieve straling en kan ook kunstmatig worden opgewekt. Amethist wordt dikwijls samen met ijzermineralen gevonden. Vroeger was Idar-Oberstein in
Duitsland
vooral bekend als vindplaats van amethist nu is vooral
Brazilië
als vindplaats gekend.
Citrien
Citrien is de geelgekleurde variëteit van kwarts Citrien was vroeger weinig gegeerd, maar is hede ten dage zeer gegeerd. Daarom wordt amethist dikwijls verhit zodat het een goudgele citrienkleur krijgt. Er is onzekerheid of de gele kleur wordt veroorzaakt door ijzer of aluminium. Citrien is verwant met rookkwarts en dikwijls komt het samen met rookkwarts voor. Het is zeer zeldzaam in goed kwaliteit en heeft ook vooral
Brazilië
als vindplaats.
Een variëteit die langs een uiteinde geel en en ander uiteinde paas is, word ametrien genoemd. Naar een samentrekken van amethist en citrien. De enige natuurlijke vindplaats die met zekerheid is gekend, ligt op de grens tussen
Bolvië
en
Brazilië
.
Rookkwarts
Rookkwarts is de zwarte vorm van kwarts. Ondoorzichtige rookkwarts wordt ook wel morion genoemd. Een variëteit uit
Schotland
die veel als edelsteen werd gebruikt heet Cairngorm naar het gebergte waar het wordt gevonden. De kleur van rookkwarts wordt veroorzaakt door radioatieve bestraling en kan ook kunstmatig worden veroorzaakt. De kleur is veel gelijkmatiger over de kristallen verdeeld dan bij amethist, maar is toch ook in de tippen van de kristallen geconcentreerd. Het wordt onder andere gevonden in het Cairngormgebergte in
Schotland
en het Mournegebergte in
Noord-Ierland
.
Melkkwarts
De witte of melkkleurige variëteit van kwarts wordt melkkwarts genoemd. De witte kleur wordt veroorzaakt door insluitsels en daarom is melkkwarts meestal niet doorzichtig. Het geeft meestal aan dat die kwarts ontstaan is onder zeer onstabiele condities. Het wordt onder meer gevonden in Arkansas en Oklahoma in de
Verenigde Staten
.
roze kwarts
Roze quartz komt meestal voor in ondoorzichtige massa's. Het vormt zelden kristallen, en volgens sommigen zijn de gevonden kristallen dan nog een andere soort kwarts. Er is onzekerheid over de oorzaak van de kleur, maar ze verdwijnt wel door verhitting. Er bestaat roze kwarts die asterisme vertoont. Rose kwarts is dichroisch, vertoont twee verschillende kleurtinten onder de polarisatiefilter. Het word vooral gevonden in
Brazilië
en Zuidelijk Afrika.
Cryptokristallijne kwartsvariëteiten
We zullen hier een kort overzicht geven van de verschillende cryptokristallijne kwartsvariëteiten. Een meestal groengekleurde variant is gekend onder de naam aventurien
*
.
Herkennen
Herkennen
aanvoelen:
Karl Ludwig Giesecke (° 6 april 1761. – † 5 maart 1833)
Een veelzijdig man
Karl Ludwig Giesecke was een Duits acteur, librettist en explorator en mineraloog. Zijn expeditie naar Groenland, bracht een grote hoop mineralen naar Europa, waaruit een hele hoop tot dan toe onbekende mineralen werden gedetermineerd. Hij was ook een groot talenkenner en naar verluid beheerste hij zowel Duits als Deens, Italiaan, Engels, Inuit (Grønlands) en Hongaars.
Acteur
Karl Ludwig Giesecke werd geboren Augsburg, in Beieren als Johann Georg Metzler. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Göttingen, waar hij ook een interesse in mineralogie zou ontwikkeld hebben. In 1781 nam hij de naam Giesecke aan, waarschijnlijk om alle banden met zijn familie te verheimelijken. Pas in 1910 werd zijn werkelijke naam ontdekt. In 1784 verlaat hij de universiteit; Hij wordt ateur en sluit zich in Bremen bij een theatergezelschap aan. Hij speelt ook te Frankfurt, Mainz Regenburg, Augsburg en Salzburg, waar hij een theatertijdschrift uitgeeft. Via Linz en Graz belandt hij uiteindelijk in Wenen. Daar belandt hij uiteindelijk bij de theatergroep van Emanuel Schikaneder.
*
In 1791 schreef Giesecke samen met Schikaneder het libretto
*
voor de opera de Toverfluit van Wolfgang Amadeus Mozart. (De naam Tamino die een van de rollen is in deze opera zou ten andere een anagram zijn voor antimon [antimoon]). hij speelde ook de rol van eerste slaaf in de opera en was de regisseur van verschillende van de opvoeringen ervan. Tussen 1791 en 1800 schreef hij nog verschillende libretti. Zo vertaalde hij verschillende opera´s van Mozart uit het Italiaans naar het Duits.
Handelaar in mineralen
Hij zou tussen 1794 en 1800 ook Oostenrijks diplomaat en secretaris van Metternich geweest zijn en een tijd lang in Constantinopel en in Italië gestationeerd zijn geweest. In 1800 zou hij de diplomatie verlaten hebben omwille wan ziekte. Ook in 1794 nam hij de draad met de mineralogie weer op en in 1800 begon hij in Wenen als handelaar in mineralen. Daartoe begon hij heel Europa af te reizen. In 1801 verbleef hij te Freiburg, waar hij studeerde onder de mineraloog Werner
*
. Hij maakte ook kennis met de mineralogen Karsten, Klaproth en anderen. Hij kreeg daar de titel van koninklijk mijnadviseur (Königlicher Preussischer Bergrat) en doorreisde in die hoedanigheid het Ertsgebergte
*
.
Reiziger en explorator
In Kopenhagen opende hij een school voor Mineralogen, beheerde de Deense Koninklijke verzameling en maakte verschillende reizen, tot in Zweden en Noorwegen. In 1805 verleende de Deense koning hem de toelating om de Føroyar (Faroer) eilanden en Groenland te exploreren naar mineralen. In 1806 kwam hij aan in Groenland, en was door de Napoleontische oorlogen gedwongen er tot 1813 te blijven. Hij verkende Groenland grondig, niet alleen op mineralogisch gebied, en gebruikte daarbij het transport van de Eskimo´s waarmee hij vriendschap aanknoopte. Vandaar stuurde hij verschillende schepen met een schat aan mineralen naar Denemarken. De mineralen die Kopenhagen bereikten werden vernield in het bombardement van Kopenhagen in 1807 door de Engelsen. Een ander deel werd onderweg in beslag genomen door de Britse Royal Navy, en openbaar verkocht in Edinburgh, waar het onder andere door de mineraloog Allan
*
werd gekocht. Aanvankelijk werd gedacht dat het om een waardeloze verzameling mineralen ging. Maar wanneer andere Deense schepen werden in beslag genomen werd de waarde van de verzameling snel duidelijk. Wanneer hij het verlies van deze verzamelingen vernam, begon hij een tweede verzameling, die hij meebracht bij zijn terugkeer naar Europa. Uit deze verzamelingen werden verschillende nieuwe mineralen gedetermineerd, zoals sodaliet
*
, arfvedsonite en saffirien, dat hij zelf als nieuwe mineraalsoort determineerde. Het is dan ook niet te verwonderen dat, wanneer Giesecke zelf in Engeland aankwam, dat hem een goede ontvangst te beurt viel. Naar verluid was hij bij zijn aankomst gekleed als een Eskimo, zijn enige bezit, naast zijn verzameling mineralen. Hij sprak ook zo goed als geen Engels.
Wetenschapper
Zeer snel na zijn aankomst in Engeland knoopte hij vriendschap aan met Allan
*
. Door zijn talenknobbel sprak hij snel Engels. Door het belang van zijn ontdekkingen en omwille van zijn persoonlijke kennis van de situatie ter plaatse werd hij verkozen tot professor in de mineralogie in het college van de Royal Society in Dublin, Ierland. Ook in Ierland bestudeerde hij de locale mineralogie. In 1814 werd hij geadelt door de Deense koning als ridder in de Deense orde van Danneborg, en hij ging sindsdien door het leven als Sir Charles Lewis Giesecke.
Verdere levensloop
In 1817 startte hij een reis die hem eerst in Kopenhagen bracht. En die hem daarna door heel Duitsland voerde. In 1819 keerde hij terug naar Dublin. Omwille van zijn kennis van Groenland werd hij geraadpleegd door de poolvorsers Franklin
*
en Scoresby
*
. Vanaf 1820 ondernam hij nog verschillende kaptochten over heel Ierland. Hij onderhield ook een drukke briefwisseling en ruilde mineralen met verschillende mensen onder andere met Goethe. Hij overleed plots, op 72-jarige leeftijd in Dublin op 5 maart 1833. Volgens de overlevering overleed hij plots bij het nuttigen van een maaltijd
Nalatenschap en betekenis
Giesecke liet een deel van zijn verzameling na aan het museum in Kopenhagen, een ander deel aan de Oostenrijkse staat. Dat deel zou zich nu in Berlijn bevinden. Naast zijn wetenschappelijke werken liet hij ook een aantal libretti
*
na.
Werken
Giesecke publiceerde dan uitvoerig in het Engels, niet alleen over de Groenlandse geologie, mineralogie, plantkunde en de gebruiken van de Eskimo's maar ook over de Ierse geologie en mineralogie. Hij liet ook meer dan tien libretti, geschreven in het Duits.
Beknopt overzicht
Wranitzky, Paul und Giesecke, Karl L.
Oberon, König der Elfen : ein Singspiel in 3 Akten,
Donaueschingen, 1790.
Charles Lewis Giesecke.
On the Norwegian settlements on the eastern coast of Greenland or Osterbygd, and their situation.
Transactions of the Royal Irish Academy, Vol. XIV, Antiquities, pp. 47-56, 1821-5.
Charles Lewis Giesecke.
Programme of lectures on the natural history of Greenland
Dublin. 1824.
Charles Lewis Giesecke.
On the geological situation of the Beryl, discovered in the County of Down. Dublin philosophical journal, and scientific review, Vol. I, No. 1, pp. 186-188, March, 1825
Charles Lewis Giesecke.
Second account of a mineralogical excursion to the counties of Donegal, Mayo and Galway.
Dublin : R. Graisberry, Printer to the Royal Dublin Society, 1828.
Charles Lewis Giesecke.
Account of a mineralogical excursion to the county of Antrim.
1829.
Charles Lewis Giesecke.
Extracts from a journal kept in Greenland by Sir Charles Lewis Giesecke.
The Dublin University magazine: a literary and political journal, Vol. VII, pp. 494-505, May, 1836.
Charles Lewis Giesecke.
Catalogue of a geological and geographical collection of minerals from the Arctic Regions.
The Journal of the Royal Dublin Society, Vol. III, pp. 198-215, July-October, 1861.
On-line beschikbare werken
A descriptive catalogue of a new collection of minerals in the museum of the Royal Dublin Society to which is added an Irish mineralogy
.
Deze site heeft Javascript nodig